Voor de energietransitie speelt waterstof een belangrijke rol. Het is opslagbaar en kan getransporteerd worden. Hierdoor kunnen hernieuwbare energieën worden ingezet voor nieuwe toepassingsgebieden in de industrie en de transportsector, en kan de CO2-uitstoot aanzienlijk worden verminderd. Een betrouwbaar netwerk voor het transport van waterstof is noodzakelijk. Frank Heunemann, Torsten Lotze en Dr. Ludger Hellenthal belichten kansen en perspectieven in het egeNews-experteninterview.
Het artikel is onlangs verschenen in onze egeNews.
Mijnheer Heunemann, met het project GET H2 Nukleus is er een concreet plan voor de aanleg van een eerste openbaar toegankelijk waterstofnetwerk. Wat is de drijfveer voor een transportnetbeheerder zoals Nowega om zich zo sterk te engageren?
Frank Heunemann: Waterstof biedt de mogelijkheid om hernieuwbare energieën in nieuwe toepassingsgebieden, zoals industriële processen, te brengen en hier op korte termijn de CO2-uitstoot aanzienlijk te verminderen. Het is opslagbaar en kan vooral efficiënt getransporteerd worden. Als transportnetbeheerder hebben wij uitgebreide ervaring met het transport van aardgas en kunnen wij ook een waterstoftransportnetwerk opbouwen. Zonder een betrouwbaar, discriminatievrij toegankelijk netwerk voor het transport van waterstof zal er in Duitsland en Europa geen waterstofeconomie kunnen ontstaan. Met onze deelname aan het project nemen wij dus een belangrijke rol op ons bij de uitvoering van de energietransitie.
Hoeveel nieuw transportnetwerk zal er volgens u moeten worden aangelegd, of kunnen de Duitse transportnetbeheerders bestaande aardgasleidingen ombouwen?
Frank Heunemann: Juist in het transportnetwerk kunnen bestaande aardgasleidingen worden omgebouwd naar waterstof. Hiervoor hebben de transportnetbeheerders een plan (zie afbeelding) voor de aanleg van een visionair waterstoftransportnetwerk (groen) in Duitsland. Voor dit 5.900 km lange netwerk zou slechts een klein deel van de leidingen nieuw gebouwd hoeven te worden. Een eerste deel van dit netwerk is met de groengasvariant van het NEP Gas voor de periode tot 2030 reeds verder geconcretiseerd (blauw). De ombouw van de leidingen is niet alleen kosteneffectiever en sneller dan nieuwbouw, maar verhoogt door de aanzienlijke vermindering van bouwkundige ingrepen ook de acceptatie van de energietransitie.

Tot nu toe staan de waterstofbehoeften van raffinaderijen en staalfabrieken centraal. Mijnheer Lotze, hoe schatten de distributienetbeheerders in Duitsland de situatie in? Hoe en wanneer komt het distributienetwerk in beeld?
Torsten Lotze: De gasinfrastructuur van de distributienetwerken is grotendeels geschikt om aardgas met 20% waterstof te transporteren; hetzelfde geldt voor pure waterstof. De in het distributienetwerk gebruikte leidingmaterialen (laaggelegeerd staal, PE 80 / 100, PVC) hebben in principe de overeenkomstige materiaalcompatibiliteit. Er moet een beoordeling worden uitgevoerd van bestaande onbekende installaties, zoals armaturen, met betrekking tot materialen/functie voor het specifieke gebruik van waterstof, indien geen analogie kan worden getrokken met reeds beoordeelde installaties. De voor de gassector geldende regels van de DVGW worden momenteel aangepast met betrekking tot de injectie van 20 vol.% waterstof en voor pure waterstof. Bij nieuwe distributienetwerken met 100% waterstof moeten bovendien leidingen met een extra permeatiebarrière worden gebruikt om waterstofpermeatie te voorkomen of te beperken.
Welke kansen ziet u voor nieuwe distributienetwerken met 100% waterstof? Er zijn toch zeker ook veel commerciële bedrijven die geïnteresseerd zijn in het gebruik van waterstof in plaats van aardgas?
Torsten Lotze: Hoe en waar zuivere waterstofnetwerken ontstaan, hangt sterk af van de vraag. Vandaag de dag is waterstof aanzienlijk duurder dan aardgas, zodat een zuiver waterstofdistributienetwerk afhankelijk is van afnemers op dit netwerk die zuivere waterstof willen gebruiken, zoals waterstoftankstations of commerciële bedrijven die volledig willen overstappen op hernieuwbare energie en waterstof in plaats van aardgas willen inzetten.

Mijnheer Hellenthal, u ontwikkelt dergelijke bedrijventerreinen en ziet een groot potentieel voor waterstof in de transportsector. Hoe zal waterstof zich als eerste vestigen in het verkeer?
Dr. Ludger Hellenthal: Als eerste zien we de behoeften aan waterstof-vrachtwagens, die juist in de calculeerbare regionale logistiek en op Europese transportroutes een waterstofinfrastructuur nodig hebben. Vanwege de CO2-belasting en RED II-voorschriften zullen het marktaandeel van waterstof en de benodigde tankstationinfrastructuur geleidelijk aanzienlijk toenemen.

Gaat het dan uitsluitend om groene waterstof in de transportsector? Dus waterstof uit hernieuwbare energieën?
Dr. Ludger Hellenthal: In sommige industriële sectoren zal de vraag vermoedelijk zo groot zijn dat er tijdelijk ook waterstof “van andere kleuren” kan/moet worden ingezet. We komen dan “in groene waterstof” terecht. Op het gebied van mobiliteit moet direct groene waterstof worden gebruikt om de maximale CO2-reductie te bereiken en ook in de binnensteden emissiearmer te rijden. Hier gaat het uiteindelijk om de omschakeling van de gehele transportsector naar hernieuwbare energieën. Treinen rijden al op waterstof en ook Airbus wil zijn vliegtuigen ontwikkelen richting waterstofaandrijving. Spannend wordt dan ook de ontwikkeling van de overige sectoren voor industrie, raffinaderijen en ook, met het oog op de toekomst, huishoudelijk gebruik vanaf 2025/2030.